Koopkracht stijgt met 1,2 procent in 2025, werknemers zien sterkste toename

De koopkracht nam in 2025 in doorsnee toe met 1,2 procent. De stijging in koopkracht kwam vooral door de stijging van de cao-lonen met 5,0 procent. Mensen in werknemershuishoudens gingen er daardoor het meest op vooruit. Onder andere door belastingmaatregelen was de doorsnee stijging voor gepensioneerden en zelfstandigen echter beperkt. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de koopkracht van de bevolking.

Het gaat in dit bericht om de doorsnee . De ene helft van de bevolking heeft een lagere koopkrachtontwikkeling, de andere helft heeft een ontwikkeling die minstens zo hoog is. De mate van koopkrachtontwikkeling hangt samen met de belangrijkste inkomensbron, zoals inkomen uit loon, eigen bedrijf, pensioen of uitkering, van het huishouden waar mensen deel van uitmaken.

Koopkrachtontwikkeling
2011 -0,9
2012 -1,1
2013 -1,1
2014 1,9
2015 1,3
2016 3,0
2017 0,7
2018 0,6
2019 1,5
2020 2,5
2021 1,4
2022 -1,1
2023 0,6
2024 3,8
2025* 1,2
*voorlopige cijfers

Grootste koopkrachtstijging bij werknemers

De koopkracht van mensen in werknemershuishoudens nam in 2025 in doorsnee met 2,2 procent toe. Ruim 6 op de 10 gingen er in koopkracht op vooruit. Belangrijkste bijdrage daaraan was de stijging van de lonen. Tegenover de cao-loonstijging van 5,0 procent stond een inflatie van 3,3 procent, waarmee de reële cao-loonontwikkeling op 1,6 procent uitkwam. 

Werknemers kunnen hun koopkracht ook verbeteren door meer uren te gaan werken of door te kiezen voor een andere baan met meer loon. Omgekeerd zorgden onder meer (tijdelijk) baanverlies of minder uren werken voor een koopkrachtdaling bij 4 op de 10 mensen in een werknemershuishouden. 

In 2025 kwam een einde aan jaren van stijgende heffingskortingen om werkenden en mensen met lagere inkomens financieel te ondersteunen. De algemene heffingskorting is verlaagd en de arbeidskorting steeg weinig. 

De koopkrachtontwikkeling van zelfstandigen was in 2025 amper positief. Naast de genoemde aanpassingen van de heffingskortingen kregen zelfstandigen ook te maken met een verdere verlaging van de  en . De waarneming van de koopkrachtontwikkeling van zelfstandigen in 2025 is op dit moment nog minder compleet dan van andere groepen. Hierdoor kan het voorlopige cijfer later ook meer worden bijgesteld. 

Koopkrachtontwikkeling, voornaamste inkomensbron huishouden
Totaal bevolking 1,2 3,8
Inkomen als werknemer 2,2 5,3
Inkomen als zelfstandige 0,1 3,9
Uitkering pensioen 0,3 2,0
Uitkering bijstand 1,3 0,2
*voorlopige cijfers

Koopkrachtgroei gepensioneerden lager bij hoger inkomen

Van 7 van de 10 mensen in een bijstandshuishouden neemt de koopkracht toe. Hun koopkracht steeg met 1,3 procent in 2025. Dit kwam onder andere doordat het minimumloon steeg waaraan de bijstandsuitkering en ook de AOW-uitkering is gekoppeld. Voor gepensioneerden steeg de koopkracht in doorsnee met 0,3 procent. Het profijt van de verhoogde AOW-uitkering werd voor degenen met aanvullend pensioen gedempt door de indexatie van uitkeringen, die lager was dan de inflatie. 

Voor de gepensioneerden met in verhouding veel aanvullend (pensioen)inkomen naast de AOW steeg de koopkracht daardoor niet of nauwelijks. Gepensioneerden in de hoogste decielgroepen ervoeren een koopkrachtdaling. Vergeleken met werkenden zijn gepensioneerden beperkter in hun mogelijkheden om de koopkracht te verbeteren. Die is sterk afhankelijk van de indexering van de AOW en aanvullende pensioenen en van belastingmaatregelen. 

Koopkrachtontwikkeling, 10%-inkomensgroep en voornaamste inkomensbron huishouden, 2025*
1e (laagste) 0,5 1,9
2e 0,2 1,9
3e 0,5 2,0
4e 0,5 2,0
5e 0,3 1,9
6e 0,2 2,1
7e 0,1 2,3
8e 0,0 2,5
9e -0,2 2,5
10e (hoogste) -1,2 2,5
*voorlopige cijfers

Plaats een reactie