Werkloosheid gedaald in tweede kwartaal 2026

Het aantal vacatures daalde in het tweede kwartaal van 2026 met 3 duizend en het aantal werklozen nam af met 17 duizend. Voor elke 100 werklozen zijn er nu 95 vacatures. Het aantal banen daalde met 8 duizend. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Spanning op de arbeidsmarkt, seizoengecorrigeerd
2016 1e kwartaal 22
2016 2e kwartaal 23
2016 3e kwartaal 26
2016 4e kwartaal 28
2017 1e kwartaal 32
2017 2e kwartaal 36
2017 3e kwartaal 40
2017 4e kwartaal 45
2018 1e kwartaal 50
2018 2e kwartaal 54
2018 3e kwartaal 57
2018 4e kwartaal 60
2019 1e kwartaal 66
2019 2e kwartaal 68
2019 3e kwartaal 66
2019 4e kwartaal 67
2020 1e kwartaal 56
2020 2e kwartaal 43
2020 3e kwartaal 41
2020 4e kwartaal 45
2021 1e kwartaal 56
2021 2e kwartaal 78
2021 3e kwartaal 93
2021 4e kwartaal 106
2022 1e kwartaal 134
2022 2e kwartaal 142
2022 3e kwartaal 120
2022 4e kwartaal 122
2023 1e kwartaal 121
2023 2e kwartaal 121
2023 3e kwartaal 113
2023 4e kwartaal 114
2024 1e kwartaal 110
2024 2e kwartaal 108
2024 3e kwartaal 106
2024 4e kwartaal 108
2025 1e kwartaal 101
2025 2e kwartaal 101
2025 3e kwartaal 97
2025 4e kwartaal 94
2026* 1e kwartaal 91
2026* 2e kwartaal 95
*voorlopige cijfers

Ontwikkeling arbeidsmarkt, seizoengecorrigeerd
2021 1e kwartaal -45 30 12
2021 2e kwartaal -29 75,6 143
2021 3e kwartaal -17 45,7 171
2021 4e kwartaal -29 21,8 55
2022 1e kwartaal -32 61 87
2022 2e kwartaal -11 11 93
2022 3e kwartaal 45 -18 76
2022 4e kwartaal -13 -8 70
2023 1e kwartaal -2 -5 37
2023 2e kwartaal -7 -10 21
2023 3e kwartaal 16 -7 36
2023 4e kwartaal -6 -5 39
2024 1e kwartaal 13 0 35
2024 2e kwartaal -3 -8 19
2024 3e kwartaal 4 -4 18
2024 4e kwartaal 0 4 32
2025 1e kwartaal 16 -8 13
2025 2e kwartaal -4 -5 25
2025 3e kwartaal 13 -3 -5
2025 4e kwartaal 11 -1 -18
2026 1e kwartaal 3 -6 11
2026 2e kwartaal -17 -3 -8
*cijfers over banen vanaf 2025 en over vacatures over de eerste twee kwartalen van 2026 zijn voorlopig

Aan het einde van het tweede kwartaal stonden er 375 duizend vacatures open, 3 duizend minder dan een kwartaal eerder. De daling van het aantal vacatures zet daarmee door. De meeste vacatures zijn in de zorg, handel en zakelijke dienstverlening. Deze drie bedrijfstakken zijn goed voor ruim de helft van alle openstaande vacatures.

Daling vacatures in de cultuur en recreatie

In de meeste bedrijfstakken zijn ongeveer evenveel vacatures als een kwartaal eerder. In de bedrijfstak cultuur, recreatie en overige diensten daalde het aantal openstaande vacatures naar 10 duizend, 1 duizend minder dan een kwartaal eerder. Ook in de zakelijke dienstverlening nam het aantal vacatures af met 1 duizend, naar 61 duizend.

Openstaande vacatures, seizoengecorrigeerd
Handel 70,5 69,8
Zorg 68,5 68,4
Zakelijke dienstverlening 61,2 62,4
Industrie 29,4 29,3
Bouwnijverheid 28,2 28,2
Horeca 26,4 27,1
Openbaar bestuur 22,7 22,4
Informatie en communicatie 16,3 16,7
Vervoer en opslag 14,4 14,0
Cultuur, recreatie en
overige diensten
10,2 11,3
Onderwijs 9,5 10,3
Financiële dienstverlening 7,5 7,5
Landbouw en visserij 3,2 3,3
Verhuur en handel onroerend goed 2,9 2,8
*voorlopige cijfers

Minder nieuwe vacatures

In het tweede kwartaal van 2026 ontstonden er 355 duizend nieuwe vacatures, 5 duizend minder dan in het eerste kwartaal van 2026. In totaal werden 357 duizend vacatures vervuld. Dat zijn er 8 duizend minder dan een kwartaal eerder.

Vacaturegraad toegenomen

De vacaturegraad nam het afgelopen kwartaal licht toe van 41 naar 42. Dit betekent dat er per duizend banen van werknemers 42 vacatures openstonden. De bouw blijft ondanks een lichte daling van 74 naar 73, de bedrijfstak met de hoogste vacaturegraad. De vacaturegraad in het onderwijs steeg naar 18 vacatures per duizend banen en is opnieuw het laagst.

Minder banen

Er zijn 11,6 miljoen banen, 8 duizend minder dan een kwartaal eerder. In het eerste kwartaal van dit jaar steeg het aantal banen nog. Het afgelopen kwartaal kwamen er in het openbaar bestuur 6 duizend banen bij, in de cultuur, recreatie en overige diensten 4 duizend. Bij uitzendbureaus waren er 13 duizend banen minder. In de zakelijke dienstverlening nam het aantal banen met 6 duizend af, na een toename van 10 duizend banen in het eerste kwartaal.

Ontwikkeling banen, 2e kwartaal 2026*, seizoengecorrigeerd
Openbaar bestuur 6
Cultuur, recreatie,
overige diensten
4
Bouwnijverheid 3
Zorg 2
Verhuur en handel onroerend goed 1
Industrie 0
Informatie en communicatie 0
Onderwijs 0
Financiële dienstverlening -1
Landbouw en visserij -1
Handel, vervoer en horeca -3
Zakelijke dienstverlening
(excl. uitzendbureaus)
-6
Uitzendbureaus -13
*voorlopige cijfers

Opnieuw minder zelfstandigenbanen

Werknemers en zelfstandigen werkten in het tweede kwartaal in totaal ruim 3,7 miljard uur. Dat is, gecorrigeerd voor seizoensinvloeden, 0,4 procent minder dan het kwartaal ervoor. Het aantal banen van zelfstandigen daalde met 7 duizend en het aantal gewerkte uren met 0,3 procent. Bij werknemers nam het aantal banen met 1 duizend en het aantal gewerkte uren met 0,4 procent af.

Minder zzp’ers

Afgelopen kwartaal waren er 9,8 miljoen mensen met betaald werk, 8 duizend minder dan het kwartaal ervoor. Dat komt doordat het aantal zelfstandigen verder daalde. In het tweede kwartaal van 2026 hadden bijna 1,5 miljoen mensen een hoofdbaan als zelfstandige. Dat zijn er 13 duizend minder dan een kwartaal eerder. Deze daling komt geheel voor rekening van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Het aantal zzp’ers daalt al zes kwartalen op rij en het waren er in het tweede kwartaal 131 duizend minder dan in het vierde kwartaal van 2024.

Daarnaast waren er in het afgelopen kwartaal ruim 5,6 miljoen werknemers met een vaste arbeidsrelatie. Dat zijn er 4 duizend meer dan in het eerste kwartaal. Ruim 2,7 miljoen werknemers hebben een flexibele arbeidsrelatie, evenveel als een kwartaal eerder. Het aantal flexwerknemers steeg daarvoor vier kwartalen op rij.

Werkloosheid gedaald

In het tweede kwartaal waren 396 duizend mensen werkloos. Dat zijn 17 duizend werklozen minder dan een kwartaal eerder. Werklozen zijn mensen die geen betaald werk hebben, maar daar wel recent naar hebben gezocht en op korte termijn beschikbaar zijn. Het werkloosheidspercentage daalde van 4,0 naar 3,9. Deze lichte daling volgt op een periode waarin de werkloosheid geleidelijk toenam. In het tweede kwartaal van 2022 was nog 3,3 procent van de beroepsbevolking werkloos.

Stromen in en uit werkloosheid

Het aantal werklozen in het tweede kwartaal van 2026 is het resultaat van stromen tussen de werkzame, de werkloze en de niet-beroepsbevolking. Het onderstaande schema laat die stromen zien.

<?xml version=”1.0″ encoding=”utf-8″??????>Niet-beroepsbevolkingWerkzameberoepsbevolkingWerklozeberoepsbevolkingZijn nietmeer opzoek naarwerkStoppen metwerken enverlaten dearbeidsmarktTreden toeen vindendirect een baanGaan opzoek naarwerkWordenwerkloosVindeneen baanStromen tussen arbeidspositiesSeizoengecorrigeerd; verandering t.o.v. drie maanden eerderNot included inlabour forceEmployedlabour forceUnemployedlabour forceAre nolongerlookingfor workQuit their jobs,leave thelabour marketJoin thelabour market,find a job Start lookingfor workBecomeunemployedFinda jobLabour market flowsSeasonally adjusted; changes relative to 3 months previously

Aan de ene kant steeg de werkloosheid doordat mensen op zoek gingen naar werk maar niet direct een baan vonden (van niet-beroepsbevolking naar werkloos). Deze stroom was 12 duizend groter dan de tegenovergestelde stroom van werkloos naar niet-beroepsbevolking. In het eerste kwartaal van 2026 was dit nog hoger met 30 duizend.

Aan de andere kant daalde de werkloosheid doordat meer werklozen werk vonden dan er werkenden werkloos raakten. Hierdoor liep de werkloosheid in het tweede kwartaal terug met 29 duizend. Doordat per saldo de toestroom vanuit de niet-beroepsbevolking met 12 duizend lager was, daalde het aantal werklozen met 17 duizend.

Afname kortdurend werklozen

Het aantal kortdurend werklozen, mensen die korter dan een jaar op zoek zijn naar werk, nam in het tweede kwartaal af met 17 duizend tot 331 duizend. Dit is een daling nadat dit aantal drie kwartalen op rij steeg. Het aantal langdurig werklozen is afgelopen kwartaal nauwelijks veranderd.

Meer onderbenutte deeltijders

Deeltijdwerkers die meer uren willen werken, tellen niet mee in de werkloosheidscijfers. Dit aantal onderbenutte deeltijders nam in het tweede kwartaal van 2026 toe met 9 duizend naar 568 duizend. Al bijna twee jaar neemt dit aantal geleidelijk toe en is 64 duizend hoger dan in het derde kwartaal van 2024. Deze mensen werken in deeltijd, en zeggen meer uren te willen werken en hiervoor ook direct beschikbaar te zijn.

Ook mensen zonder werk die óf niet recent naar werk hebben gezocht (180 duizend) óf die niet direct zouden kunnen beginnen (107 duizend), zijn niet opgenomen in de werkloosheidscijfers. Deze twee laatste groepen worden ook wel semiwerklozen genoemd. Het aantal semiwerklozen is al vier jaar vrijwel onveranderd.

Plaats een reactie