Ruim kwart zelfstandigen heeft belastingschuld

Tijdens de coronacrisis verdubbelde het aandeel zelfstandigen met een . In 2024 nam dat weer wat af, maar het ligt nog altijd hoger dan voor de crisis. Onder werknemers in loondienst steeg het percentage met een belastingschuld tijdens de coronacrisis licht naar 6 procent, maar daalde in 2024 weer naar 5 procent.

Heeft een belastingschuld
2014 15,9 16,4 4,6
2015 15,3 15,5 4,5
2016 19,6 20,4 6,6
2017 17,2 17,4 5,5
2018 27,1 22,4 5,4
2019 13,1 13,8 4,8
2020 14,1 14,6 4,7
2021 27,9 24,0 5,1
2022 31,7 26,9 5,7
2023 33,6 28,3 5,8
2024* 31,3 26,9 5,3
*voorlopige cijfers

Belastingschuld in doorsnee toegenomen

De doorsneeschuld van zelfstandigen is in 2024 verder opgelopen, naar bijna 2,7 duizend euro per zmp’er en bijna 1,9 duizend euro per zzp’er. Doorsnee betekent dat de helft een lager schuldbedrag heeft, en de helft een hoger bedrag. De doorsneebelastingschuld van zelfstandigen stijgt al sinds 2021. Ruim 22 duizend zmp’ers en 67 duizend zzp’ers hadden een belastingschuld van meer dan 10 duizend euro.

In totaal stond er begin 2024 bij de Belastingdienst een schuld van 5,5 miljard euro open: 3,0 miljard euro van zzp’ers, 1,4 miljard euro van werknemers en 1,1 miljard euro van zmp’ers. Begin 2019 ging het nog om 2,4 miljard voor de drie groepen samen.

Doorsneebelastingschuld
2014 1,4 1,1 0,5
2015 1,5 1,2 0,6
2016 1,9 1,3 0,5
2017 1,8 1,4 0,6
2018 1,0 0,8 0,5
2019 1,7 1,4 0,6
2020 1,8 1,5 0,5
2021 1,6 1,1 0,5
2022 2,1 1,4 0,5
2023 2,6 1,7 0,6
2024* 2,7 1,9 0,6
*voorlopige cijfers

Bij werknemers is schuld vaker problematisch

Hoewel zelfstandigen vaker een belastingschuld hebben dan werknemers, is die schuld voor werknemers wel iets vaker . Van de werknemers met belastingschulden heeft 35 procent een problematische schuld. Onder zzp’ers is dit 33 procent en onder zmp’ers 30 procent. Dit aandeel is voor elke groep toegenomen sinds 2021. De toename was het grootst onder zmp’ers, vooral tijdens de coronacrisis.

Zelfstandigen met belastingschuld vaker een negatief vermogen

Zelfstandigen met een belastingschuld hebben vaker een negatief vermogen dan zelfstandigen zonder schuld. Een negatief vermogen betekent dat de schulden hoger zijn dan de waarde van de bezittingen. Onder zzp’ers met een belastingschuld heeft 22 procent een negatief vermogen, tegenover 7 procent bij zzp’ers zonder schuld. Een meerderheid van de zelfstandigen met een belastingschuld heeft een vermogen van boven de 100 duizend euro. Een relatief groot deel daarvan bestaat uit bedrijfsvermogen. Bij zelfstandigen zonder belastingschuld komen zulke hoge vermogens nog vaker voor.

Vermogen, 2024*
Zmp’ers zonder belastingschuld 4,19 2,61 5,83 7,02 80,36
Zmp’ers met belastingschuld 10,84 3,08 8,06 10,18 67,84
Zzp’ers zonder belastingschuld 6,71 8,92 10,32 9,61 64,43
Zzp’ers met belastingschuld 21,6 8,60 10,58 11,72 47,51
Werknemers zonder belastingschuld 10,83 13,94 12,77 15,61 46,85
Werknemers met belastingschuld 38,31 12,89 9,77 11,25 27,78
*voorlopige cijfers

44 procent van de zzp’ers in de bouw heeft belastingschuld

Bij zzp’ers komen belastingschulden het vaakst voor in de bouw: 44 procent van alle zzp’ers in die bedrijfstak heeft hiermee te maken. Dat is meer dan in 2019, toen dit nog 24 procent was. Ook bij zmp’ers in de bouw is dit toegenomen, van 15 procent naar 34 procent. Bij zmp’ers komen belastingschulden het vaakst voor in de bedrijfstak overheid, onderwijs en zorg. Daar heeft 40 procent van de zmp’ers een belastingschuld. In 2019 was dit nog 12 procent.

Zelfstandigen met belastingschuld, 2024*
Overheid, onderwijs en zorg 40,3 26,0
Overige diensten 37,1 6,4
Bouwnijverheid 34,1 44,2
Handel, vervoer en horeca 32,6 27,3
Zakelijke dienstverlening 29,0 22,2
Cultuur, sport en recreatie 28,8 19,3
Industrie 25,3 31,5
Verhuur en
handel van onroerend goed
22,9 20,2
Landbouw, bosbouw en visserij 21,5 20,2
Informatie en communicatie 18,8 21,5
Financiële dienstverlening 18,1 15,2
*voorlopige cijfers

Plaats een reactie